Archief | Nieuwsartikels

Goed nieuws: de rechtsbijstandsverzekering is eindelijk fiscaal aftrekbaar!

Slechts 10% van de gezinnen heeft een uitgebreide rechtsbijstandsverzekering die hen juridische middelen aanreikt om bij conflicten hun belangen te verdedigen. Om meer mensen toegang te geven tot het recht werkte de regering een nieuwe fiscale stimulans uit. De wet tot het toegankelijker maken van Justitie is op 5 april door de Kamer van volksvertegenwoordigers goedgekeurd.

Wat betekent dit concreet?

De wet voert een belastingvermindering in voor de premies van rechtsbijstandsverzekering die voldoen aan een aantal voorwaarden inzake gedekte risico’s, minimale dekking, waarborg en wachttijden. Deze wet komt in de plaats van de vrijstelling op de verzekeringspremie (KB 15.01.2007). Deze vrijstelling van 9,25% jaarlijkse belasting (13,32 EUR) wordt nu dus afgeschaft.

Fiscale aftrekbaarheid van polissen die minimumdekkingen aanbieden

De verzekeringsnemer kan tot 310 EUR premie per jaar inbrengen (geïndexeerd): dit kan vanaf het aanslagjaar 2020 een belastingvermindering tot 124 EUR opleveren. De wet bepaalt uitsluitend de minimale voorwaarden waaraan een rechtsbijstandsverzekering moet beantwoorden om in aanmerking te komen voor een fiscale stimulans vanwege de overheid.

Bijzondere waarborgen met een hoge schadefrequentie zoals rechtsbijstand bij arbeids- en bouwgeschillen en een eerste echtscheiding vormen een onderdeel van deze minimale dekking.

De exacte modaliteiten worden nu uitgeschreven in een koninklijk besluit. Aangezien de wet van kracht is op de eerste dag van de vierde maand volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, zullen d eerste polissen voor de late zomer of het najaar van 2019 zijn. Enkel de premies betaald nà de inwerkingtreding van de wet zijn fiscaal aftrekbaar.

De rechtsbijstand krijgt dus de wind in de zeilen!

Dankzij deze fiscale maatregel zullen nog meer mensen zich kunnen wapenen met een solide rechtsbijstandverzekering.

Interesse of vragen? Stuur een bericht naar info@desiere.be

Bron: DAS

Lees het volledige bericht

De gevolgen van een mogelijke brexit op het rijbewijs

Ik heb een Brits rijbewijs, wat moet ik doen? 

Bij een harde Brexit: 

Ben je houder van een rijbewijs van het VK dan kan je vóór 29 maart 2019 naar jouw gemeente gaan om je rijbewijs van het VK om te wisselen naar een Belgisch rijbewijs via een eenvoudige omwisselingsprocedure. Na 29 maart 2019 kan je jouw rijbewijs nog altijd omwisselen. De omwisseling van een niet-Europees rijbewijs neemt meer tijd. Het is dus sterk aan te bevelen om de omwisseling te voltooien voor 29 maart 2019. 

Bij een Brexit met een uittredingsakkoord: 

Tijdens de overgangsperiode blijven alle huidige EU-regels van kracht voor het VK. Als je een rijbewijs hebt dat in één van de EU-landen is afgegeven, wordt dit erkend in de hele EU. Als je over een rijbewijs beschikt van het VK dan kan je tot
31 december 2020 naar jouw gemeente gaan om jouw rijbewijs van het VK om te wisselen naar een Belgisch rijbewijs via een eenvoudige omwisselingsprocedure. 

Kan ik mijn Brits rijbewijs behouden én een Belgisch rijbewijs verkrijgen? 

Ja, zodra het Britse rijbewijs een niet-Europees rijbewijs wordt, en je wil je rijbewijs van het VK behouden, dan kan je een Belgisch rijbewijs verkrijgen nadat je het theorie- en praktijkexamen in België hebt afgelegd. 

Kunnen Britse toeristen in België met hun Brits rijbewijs rondrijden? 

Zolang het Britse rijbewijs wordt aanzien als een Europees rijbewijs, kan je in België rijden met je Brits rijbewijs. 

Zodra het Britse rijbewijs wordt aanzien als een niet-Europees rijbewijs en zolang je niet ingeschreven bent in België, kan je tijdens een zakenreis of vakantie in België, ofwel rijden met: je internationaal rijbewijs (conventie van Wenen en van Genève) 

je nationaal rijbewijs indien het conform is met één van deze modellen: https://mobilit.belgium.be/sites/default/files/downloads/hoofdstuk_33_-uk.pdf (PDF, 1.46 MB) 

Zodra je in België ingeschreven bent en houder bent van een Belgische identiteits- of verblijfskaart, moet je houder zijn van een Belgisch of een Europees rijbewijs 

Vragen?  Indien je hieromtrent nog vragen hebt, mag je deze steeds sturen naar buitenlandse.rijbewijzen@mobilit.fgov.be(link stuurt een e-mail).

 

Lees het volledige bericht

Tips om waterschade te vermijden

Winterkou ligt vaak aan de basis van aanzienlijke schade veroorzaakt door water.

Met een beetje voorzichtigheid en regelmatig onderhoud kun je dit echter gemakkelijk vermijden. Hieronder enkele tips.

Vermijd insijpeling van regenwater in je woning

  • Kans op regen? Verlaat je woning nooit als er nog een raam openstaat, zeker geen dakraam. Zorg ervoor dat de gevels in goede staat zijn en laat scheuren herstellen om waterinsijpeling te voorkomen.
  • Check regelmatig de staat van je dak en zolder, vooral na hevige regenval of felle wind.
  • Controleer de goede staat van dakgoten, kroonlijsten en regenpijpen.
  • Verwijder regelmatig alle vuil uit de goten en zorg ervoor dat het onderste deel van de regenpijpen niet verstopt raakt.

Voorkom vorstschade

  • Laat waterleidingen die zijn blootgesteld aan vorst, in het bijzonder leidingen naar een waterkraan in een buitenmuur of tuin, leeglopen en isoleer ze. Denk ook aan wasmachines in onverwarmde ruimten.
  • Als een woning meerdere dagen niet bewoond is, kun je de waterinstallaties en centrale verwarmingssystemen laten leeglopen, tenzij je ervoor zorgt dat de temperatuur voldoende hoog is om bevriezing te voorkomen.
  • Houd er rekening mee dat als de omgevingstemperatuur te laag is, er paraffine kan ontstaan in de stookolieleidingen, waardoor de installatie stilvalt en de schade ernstiger wordt.
  • Voer een grondige controle uit zodra het begint te dooien en vergeet de onbewoonde ruimten van het gebouw niet.

Algemeen

  • Controleer regelmatig de staat van de waterleidingen zodat je een beginnend lek snel kan opsporen. Een ‘lekkende’ kraan zorgt voor 4 liter water per uur, dit is bijna 700 liter na een week!
  • Let op als het eerste water dat uit een kraan komt na een periode van niet-gebruik geel of bruinachtig is. Dit kan erop wijzen dat de binnenkant van de pijp aan het roesten is. Als je niets doet, zal de roestvorming uiteindelijk zorgen voor barsten in de leiding.
  • Check de waterdichtheid van de afdichtingen rond douches en baden zodat er geen water insijpelt als je ze gebruikt.
  • Kies bij voorkeur een wasmachine en vaatwasser die uitgerust zijn met een anti-overloopsysteem en zet ze niet op als je niet thuis bent.
  • Houd kinderen in de gaten want meestal spelen ze graag met water.
  • Maak er een gewoonte van om het water in je woning af te sluiten als je voor een paar dagen weggaat.

Wat je woningverzekering meestal niet dekt:

  • De herstelling van de toestellen die het schadegeval hebben veroorzaakt (kapotte wasmachine, verwarmingsinstallatie stuk door het vriesweer, …).
  • De herstelling van daken en terrassen langs waar het water is binnengesijpeld. In sommige gevallen de schade die te wijten is aan een gebrek aan onderhoud of preventie (bv. buitenverblijf achterlaten zonder bescherming tegen vorst).
  • De waarborgen kunnen verschillen van maatschappij tot maatschappij. Neem gerust contact met mij op als je wil weten wat jouw contract precies dekt.
  • Sommige verzekeringsmaatschappijen bieden ook een bijstand aan, genaamd ‘herstelling in natura’, die instaat voor dringende herstellingen.

Bron: www.abcverzekering.be

Lees het volledige bericht

Verzekering voor huurdersaansprakelijkheid verplicht in Vlaanderen en Wallonië

Sinds 1 januari 2019 geldt een aanpassing van de regionale huurwetgevingen die in sommige  gevallen een verplichte verzekering voor huurder en/of verhuurder inhoudt. In Brussel en Wallonië is de huurwetgeving het voorbije jaar aangepast. In Vlaanderen is de wijziging voorzien voor 1 januari 2019. Wat verandert er op vlak van verzekeringen?

Vlaanderen

  • De huurder is verplicht om een huurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, ten minste met de waarborgen Brand en Waterschade.
  • De verhuurder is verplicht om een brandverzekering af te sluiten.

Voor meer info: www.vlaanderen.be

Brussel

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft ook specifieke regels vastgelegd voor de verhuur van woningen en huurovereenkomsten voor studenten en medehuurders. In tegenstelling tot Wallonië en Vlaanderen voorziet Brussel geen verplichte verzekering. Voor meer info: www.huisvesting.brussels

Wallonië

De huurder is verplicht om een huurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Het bewijs daarvan moet hij bezorgen aan de verhuurder. De verhuurder kan een ‘afstand van verhaal’ aan zijn brandpolis laten toevoegen en de meerprijs daarvan doorrekenen aan de huurder als die geen bewijs van zijn verzekering bezorgt. Voor meer info: http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_logement/

Concreet

In Wallonië, en in Vlaanderen in principe vanaf 1 januari 2019, moeten huurders dus verplicht een huurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluiten. Meestal voorzien eigenaars in de huurovereenkomst nu ook al de verplichting voor de huurder om een woningverzekering af te sluiten. Op die manier zijn eigenaars er zeker van dat eventuele schade aan het gehuurde pand gedekt zal zijn.

Het gebeurt ook regelmatig dat de huurder vrijgesteld wordt van die verplichting wanneer de eigenaar een clausule ‘afstand van verhaal’ opneemt in het contract. De huurder moet echter goed nakijken dat de clausule wel degelijk in de huurovereenkomst voorzien is. De verplichte verzekering voor verhuurders en/of huurders wijzigt dus niets aan de huidige manier van werken. In veel gevallen sluiten eigenaars (verhuurder of niet) en huurders immers een woningverzekering af.

Nog geen brandverzekering?

U bent huurder?  Met onze brandverzekering voldoet u niet alleen aan eventuele wettelijke verplichtingen als huurder, maar heeft u  ook een transparante en complete woningverzekering voor uw huurdersaansprakelijkheid en inboedel. Hij komt niet voor onaangename verrassingen te staan bij een schadegeval.

U bent eigenaar verhuurder? Met onze brandverzekering voldoet u niet alleen aan eventuele wettelijke verplichtingen als verhuurder, maar heeft u ook een transparante en complete woningverzekering en komt u niet voor onaangename verrassingen te staan bij een schadegeval.

 

Vraag hier uw offerte aan voor een brandverzekering

 

Lees het volledige bericht

Verhoudingsgewijs steeds meer ongevallen met vluchtmisdrijf

Bij meer dan de helft van die ongevallen is een fietser of voetganger betrokken Verhoudingsgewijs is er bij steeds meer ongevallen waarbij iemand gewond raakt of  sterft sprake van vluchtmisdrijf. 10 jaar geleden waren 9% van alle letselongevallen ongevallen met vluchtmisdrijf. In 2017 ging het over 11% van alle ongevallen, zo blijkt uit een nieuwe statistische analyse van Vias institute op basis van cijfers van de FOD Economie.  Voetgangers en fietsers zijn oververtegenwoordigd in ongevallen met vluchtmisdrijf: ze zijn bij 1 op de 2 ongevallen betrokken. Om dit fenomeen te bestrijden zijn de straffen recent nog verhoogd.

1 ongeval met vluchtmisdrijf elke twee uur

Vorig jaar zijn ongeveer 4200 ongevallen met doden of gewonden gebeurd waarbij als verzwarende omstandigheid vluchtmisdrijf is gepleegd. Het gaat dus over bijna 1 ongeval elke 2 uur. Dat is een lichte daling ten opzichte van 10 jaar geleden (-5%). Maar in dezelfde periode is het totale aantal letselongevallen veel sterker gedaald (-22%). Vandaag gebeuren verhoudingsgewijs dus meer ongevallen met vluchtmisdrijf dan 10 jaar geleden. (11% ten opzichte van 9%). Het fenomeen zwakt dus niet af. Vooral in Brussel is de situatie zorgwekkend. Meer dan 15% van alle ongevallen gaan daar gepaard met vluchtmisdrijf (ten opzichte van 11% in Vlaanderen en 9% in Wallonië).

Fietsers en voetgangers in meer dan 1 op de 2 gevallen betrokken

Fietsers en voetgangers zijn in het algemeen betrokken in 24% en 12% van alle letselongevallen, maar in 34% en 23% van alle ongevallen met vluchtmisdrijf. Ze zijn dus oververtegenwoordigd in dit type ongevallen. Meer dan de helft (54%) van alle gestorven weggebruikers in een ongeval met vluchtmisdrijf zijn voetgangers en bijna 1 op de 5 (18%) is een fietser. 18% van de ongevallen met vluchtmisdrijf gebeurt ‘s nachts. In het algemeen gebeuren 13% van de letselongevallen ‘s nachts. Meer dan 8 op de 10 ongevallen met vluchtmisdrijf gebeuren dus overdag.

Vooral jonge mannen

Vias institute analyseerde het profiel van 850 bestuurders die door een rechter veroordeeld werden om een sensibiliseringscursus te volgen nadat ze betrokken waren in een ongeval met vluchtmisdrijf.
86% van hen waren mannen. Meer dan 50% hiervan was jonger dan 25 jaar op het moment dat ze vluchtmisdrijf pleegden. Bij 42% van de ongevallen was de bestuurder onder invloed van alcohol en/of drugs. 16% reed rond zonder geldig rijbewijs of verzekering. De meesten van hen waren jonge bestuurders die niet mochten rijden tijdens de weekendnachten of die te jong waren om hun rijbewijs te halen. Enkele oudere bestuurders waren al veroordeeld tot een verval van recht tot besturen na het plegen van andere misdrijven.

Welke factoren bevorderen vluchtmisdrijf?

De meeste mensen hebben genoeg zelfcontrole om met emoties van schaamte, angst en schuld om te gaan en proberen de situatie op te lossen door het slachtoffer te helpen en zo veel mogelijk de schade te beperken of te herstellen. Bij wie toch vluchtmisdrijf pleegt, spelen volgende factoren vaak een rol:

  • Alcohol of drugs, papieren niet in orde: Alcohol en drugs bemoeilijken het nemen van rationele beslissingen. Bestuurders hebben schrik om gestraft te worden. De kans om gepakt en strenger gestraft te worden voor het vluchtmisdrijf dan voor de oorspronkelijke reden van het ongeval, komt simpelweg niet in hem op.
  • Schrik voor hun imago: Sommige daders maken zich zorgen over hun imago en hun sociale positie. Gepakt worden als ze een zware overtreding hebben begaan, kan hun reputatie schaden. Ze willen koste wat het kost vermijden dat dit naar buiten komt.
  • Afwezigheid van moreel besef: Voor een kleine groep van daders is het niet de angst die hen aanzet om de vlucht te nemen, maar eerder een totaal gebrek aan moreel besef. Die mensen kunnen in twee groepen verdeeld worden: de ‘gokkers’ en de ‘egoïsten’. De ‘gokkers’ houden ervan om risico’s te nemen. Vluchtmisdrijf plegen is in die zin voor hun een uitdaging. De ‘egoïsten’ zijn meer rationeel en houden simpelweg geen rekening met anderen. Ze hanteren hun eigen regels en ze zijn ervan overtuigd dat het ongeval te wijten is aan het slachtoffer.

De straffen

Sinds 15 februari zijn de straffen voor vluchtmisdrijf verstrengd. Er is nu een verschil tussen ongevallen met gewonden en ongevallen met doden. In het eerste geval wordt de schuldige bestraft met een gevangenisstraf van 15 dagen tot 3 jaar en/of een boete van 3200 euro tot 40.000 euro, en een verval van recht tot sturen van 3 maanden tot 5 jaar of zelfs definitief. Als een ongeval de dood tot gevolg heeft, kan de gevangenisstraf tot 4 jaar gaan. Om terug te mogen rijden, moet de veroordeelde theoretische, praktische en psychologische proeven afleggen.

Conclusie

Zwaardere straffen voor vluchtmisdrijf zijn logisch, maar we mogen niet te optimistisch zijn over hun ontradend effect. De pakkans heeft een grotere impact. Rijden onder invloed van alcohol en rijden zonder verzekering zijn omstandigheden die vaak leiden tot vluchtmisdrijf. Door de inspanningen op te drijven om tegen deze inbreuken op te treden, wordt ook de strijd tegen vluchtmisdrijf opgedreven.

Daarnaast moet de verkeersopvoeding zich niet enkel focussen op de verkeersregels en het begrijpen van verkeerssituaties. Ook de morele codes, zoals ‘burgerzin’ en het respect voor de anderen moet aan bod komen. Beseffen dat een ongeval veel leed veroorzaakt aan de slachtoffers en dat die willen weten wat er werkelijk is gebeurd, kan een enorme impact hebben.

 

bron https://www.vias.be
Contactpersoon Stef Willems, woordvoerder Vias institute

Lees het volledige bericht

POZ, de nieuwe pensioenovereenkomst voor zelfstandigen

Vanaf juli 2018 kunnen zelfstandige cliënten zonder vennootschap hun aanvullend pensioen volledig optimaliseren dankzij de Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen. De POZ werd al een paar keer door de regering aangekondigd, maar vanaf 30 maart 2018 een feit: een zelfstandige zal vanaf 30 juni een POZ kunnen onderschrijven.

Daarbij zullen ook de waarborgen Gewaarborgd Inkomen en Premieteruggave in eenzelfde contract kunnen onderschreven worden.

Waarom een POZ ?

De POZ is het ontbrekende stukje (aanvullend) tweedepijlerpensioen in de pensioenpuzzel voor zelfstandigen zonder vennootschap. Terwijl de zelfstandige bedrijfsleider met vennootschap al verscheidene jaren de Individuele Pensioentoezegging als oplossing heeft, bestond voor de zelfstandige zonder vennootschap deze mogelijkheid of een alternatief tot voor kort niet. De POZ komt hieraan tegemoet.

Bent u een zelfstandige zonder vennootschap (eenmanszaken), dan kan u best eerst een VAPZ onderschrijven. Het VAP blijft voor elke zelfstandige de eerste keuze gelet op de hoge fiscale en sociale recuperatie en de 0% premietaks. Heeft u daarnaast nog financiële ruimte en laat de 80%-berekening dit toe, dan kunt u voortaan ook de POZ onderschrijven. Uiteraard blijven ook de derdepijler-pensioenen (pensioensparen en langetermijnsparen) een uitstekende keuze voor uw aanvullende pensioenopbouw. Voor deze producten speelt de 80%-beperking overigens niet.

De POZ in een notendop:

Fiscaal voordelig: Als u voldoet aan de voorwaarden voor belastingvermindering, waaronder de 80 %-regel, genieten uw gestorte premies 30 % vermindering in de personenbelasting (te verhogen met de gemeentebelasting). 

Pensioenopbouw en aanvullende waarborgen: Met de POZ aanvullende verzekering kan de zelfstandige zonder vennootschap een aanvullend pensioen opbouwen in combinatie met aanvullende waarborgen:

  • Pensioenopbouw: keuze tussen tak 21, tak 23 of een combinatie van beide
  • Aanvullende waarborgen:
    • Aanvullend kapitaal overlijden of minimum kapitaal overlijden
    • Overlijden door ongeval
    • Gewaarborgd inkomen: rente in geval van arbeidsongeschiktheid
    • Premieteruggave in geval van arbeidsongeschiktheid

 

Voor meer informatie rond de POZ en de aangepaste 80%-regel kunt u steeds terecht bij ons terecht! Bel 058/41.23.33 of stuur een e-mail  

Lees het volledige bericht

vanaf 20 mei 2018: De oldtimers regelmatig naar de periodieke keuring

Oldtimers zijn vóór de (her)inschrijving onder een O-kentekenplaat aan een technische keuring onderworpen. Vanaf 20 mei 2018 zijn oldtimers ook aan een periodieke keuring onderworpen.

Periodieke keuring

Er zijn drie mogelijke situaties, al naargelang de leeftijd van het voertuig:

  1. Voertuigen vanaf 25 jaar en jonger dan 30 jaar: oldtimerkeuring met een normale periodiciteit.
  2. Voertuigen vanaf 30 jaar tot en met 50 jaar: oldtimerkeuring met een periodiciteit van 2 jaar.
  3. Voertuigen ouder dan 50 jaar: oldtimerkeuring met een periodiciteit van 5 jaar.

Gebruik van oldtimers

De gebruiksbeperkingen voor oldtimers zoals bepaald in het KB van 15.03.1968 blijven behouden. De voertuigen ingeschreven onder ‘O’-plaat mogen niet gebruikt worden voor de volgende doeleinden:

  • commercieel en professioneel gebruik,
  • woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer,
  • bezoldigd vervoer en met bezoldigd vervoer van personen gelijkgesteld gratis vervoer,
  • gebruik als werktuig of werkmiddel, alsook voor interventieopdrachten.

Bij de voertuigen met rupsbanden wordt het gebruik beperkt tot :

  • oldtimermanifestaties,
  • proefritten binnen een straal van 3 km vanaf de stallingplaats van het voertuig.

Overgangsmaatregelen

Uw voertuig werd vóór 20 mei 2018 ingeschreven onder ‘O’-plaat. Wanneer moet u zich aanbieden voor de periodieke oldtimerkeuring? Er werd een overgangsperiode ingevoerd voor de voertuigen die op dit ogenblik reeds ingeschreven zijn onder een O-kentekenplaat, met uitzondering van voertuigen voor traag vervoer en voertuigen uitgerust met rupsbanden. Deze voertuigen zijn op dit moment niet onderworpen aan de periodieke technische keuring.

Groep  1 – Voertuigen onder O-plaat vanaf 25 jaar en jonger dan 30 jaar De voertuigen onder O-plaat die minder dan dertig jaar geleden in verkeer zijn gesteld, met uitzondering van voertuigen voor traag vervoer, worden voor de dag in 2019 waarop ze respectievelijk zesentwintig, zevenentwintig, achtentwintig of negenentwintig jaar geleden in verkeer zijn gesteld, aangeboden voor periodieke keuring.

Groep 2 – Voertuigen onder O-plaat vanaf 30 jaar De voertuigen onder O-plaat die ten minste dertig jaar geleden in verkeer zijn gesteld, met uitzondering van voertuigen voor traag vervoer, worden voor de dag in 2020 waarop ze dertig jaar of meer geleden in verkeer zijn gesteld, aangeboden voor periodieke keuring.

 

– De referentiedatum op het keuringsbewijs zal de dag en maand zijn van de datum eerste inverkeerstelling (zie kentekenbewijs “datum eerste inschrijving”). Voertuigen kunnen vanaf 2 maand voor de referentiedatum aangeboden worden voor periodieke keuring met behoud van deze referentiedatum.

– Bij vroeger aanbieden (méér dan 2 maand voor de referentiedatum) wordt de referentiedatum vervroegd naar deze datum waarop het voertuig werd aangeboden.

– Later aanbieden heeft geen wijziging van de periodiciteit tot gevolg: de geldigheidsperiode van het keuringsbewijs begint dus ook te lopen vanaf dag/maand eerste inverkeerstelling. Later aanbieden heeft een toeslag laattijdige keuring tot gevolg. Het niet ontvangen van oproeping voor keuring is geen aanleiding om deze toeslag laattijdige keuring terug te vorderen.

– Indien u geen oproeping voor keuring heeft ontvangen, kan u dit melden via www.mow-contact.be. Op die manier kan de oorzaak nagegaan worden, zodat u in de toekomst wel een oproeping kan ontvangen.

– Voor voertuigen die ná 20/05/2018 voor het eerst worden (her)ingeschreven onder O-plaat wordt de datum van keuring als referentiedatum genomen voor de periodieke keuring.

 

Bron http://www.goca.be V

oor bijkomende vragen: www.mow-contact.be

Voor vragen over de verkeersbelasting voor oldtimers: www.belastingen.vlaanderen.be/oldtimer of www.belastingen.vlaanderen.be/contact

Lees het volledige bericht

Checklist van uw professionele verzekeringen

Uw business verdient een optimale bescherming

Of u nu een starter bent of al jaren uw eigen bedrijf leidt, een check-up van uw verzekeringen is altijd een goed idee. Voor een gezonde business is het zelfs aan te raden om dit elk jaar te doen. Nieuwe uitdagingen gaan uiteraard gepaard met een aantal risico’s. Werken, aanwerving, omzet, … Heel wat variabelen die gevolgen zouden kunnen hebben voor de omvang van uw dekkingen en de verzekerde bedragen.

De risico’s oplijsten

In eerste instantie maakt u een volledige lijst op van de risico’s die u loopt. Denk maar aan de gebouwen, de meubels, de machines, de voertuigen, het personeel enz. Stel u ook de vraag of u zelf gedekt bent als u een ongeval hebt, ziek wordt, aansprakelijk wordt gesteld, … De continuïteit van uw activiteiten verzekeren na een schadegeval behoort zeker tot de mogelijkheden. Laten we samen enkele gevallen overlopen.

Financiële waarborgen

Een tegenslag is altijd mogelijk. Daarom bestaan er oplossingen die de gevolgen ervan tot een minimum beperken:

  • Een verzekering Gewaarborgd inkomen die deels het inkomstenverlies compenseert in geval van arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ongeval of ziekte (de premies zijn volledig fiscaal aftrekbaar).
  • Een gezondheidszorgverzekering die uw medische kosten dekt vóór, tijdens en na een hospitalisatie in België of in het buitenland.
  • Een overlijdensdekking die uw gezin helpt om zijn levensstandaard te behouden als u plots zou overlijden.

Levensstandaard behouden na het pensioen

Er bestaan verschillende mogelijkheden die allemaal fiscaal voordelig zijn:

  • U werkt in een vennootschap (gewoon VAPZ of sociaal VAPZ, RIZIV-contract als u een (para)medisch beroep uitoefent en geconventioneerd bent, Individuele Pensioentoezegging, aanvullende overlijdensdekking en arbeidsongeschiktheidsverzekering).
  • U werkt niet in een vennootschap (gewoon VAPZ of sociaal VAPZ, RIZIV-contract als u een (para)medisch beroep uitoefent en geconventioneerd bent, pensioensparen, langetermijnsparen).
  • Vergeet ook niet om een aanvullend pensioen voor uw medewerkers op te bouwen.

Uw aansprakelijkheid beschermen

Er zijn heel wat situaties waarin een derde schade kan oplopen door uw schuld (zelfs een kleine fout kan volstaan). Het is mogelijk dat u of uw onderneming aansprakelijk gesteld wordt. In dat geval bestaan de volgende verzekeringen:

  • Een verzekering BA Uitbating die de aansprakelijkheid van de onderneming dekt (bv. schade veroorzaakt door rijtuigen die niet op de openbare weg rijden, milieuschade, burenhinder).
  • Een verzekering beroepsaansprakelijkheid, die zelfs verplicht is voor bepaalde beroepen (bv. artsen, architecten).
  • Een verzekering die uw aansprakelijkheid als producent dekt als u zelf producten maakt.

Uw activiteiten beschermen

U kan kiezen uit verschillende oplossingen naargelang uw activiteit:

  • Beschermen van uw kantoor of handelszaak tegen brand, overstroming, storm, …
  • Afsluiten van een diefstalverzekering tegen inbraak of een overval
  • Verzekeren van uw informatica- en elektronisch materiaal en/of uw machines
  • Beschermen van uw cashstromen
  • Gebruikmaken van een financiële bescherming na een schadegeval
  • Zorgen voor een correcte vergoeding bij een arbeidsongeval
  • Verzekeren van uw voertuig

Dit was een overzicht van de risico’s die u moet verzekeren. Maar uiteraard vraagt uw beroepssituatie om een bescherming op maat.

U kan bijvoorbeeld verschillende verzekeringen groeperen, handig en voordelig voor uw activiteit!

Laten we erover praten en samen op zoek gaan naar de beste oplossing!  

Bron: http://www.abcassurance.be/travail-entreprise/check-list-creer-une-entreprise

Lees het volledige bericht

Pensioensparen 2018: indexatie bedragen en nieuw systeem

De regering besloot het bedrag voor pensioensparen in 2018 opnieuw te indexeren. Dit jaar is er ook iets nieuws. De media hebben het er al uitvoerig over gehad: vanaf dit jaar zou het mogelijk zijn om een hoger bedrag te storten voor pensioensparen.

Indexering in 2018

Vanaf 2018 stijgt dat bedrag door de indexering tot 960 euro. U kan dan nog steeds genieten van een vermindering van 30 % via uw personenbelasting, goed voor een fiscaal voordeel van 288 euro.

Binnenkort  krijgt u de kans uw polis in die te optimaliseren. U ontvangt hiervoor nog een bericht tot indexering.

De wetgever werkt aan een tweede systeem

We verwachten dat de wetgever binnenkort een tweede systeem voor het pensioensparen zal invoeren waarbij u tot 1.230 euro zal kunnen sparen. Wie in 2018 in totaal meer dan 960 euro stort, krijgt een fiscaal voordeel van 25 % in plaats van 30 %. Wie het volledige bedrag van 1.230 euro spaart, krijgt dan een vermindering van 307,50 euro in hun personenbelasting.

Dat tweede systeem is nog niet definitief.

Wij volgen alles nauwgezet op en zullen u informeren over de details na de stemming in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Als je nog vragen hebt hierover, aarzel dan niet om me te contacteren: bel 058/41.23.33 of stuur een e-mail info@desiere.be

Lees het volledige bericht

1 op 3 werknemers verliest meer dan 40 % van zijn inkomen

Ook een werknemer heeft baat bij een arbeidsongeschiktheidsverzekering

Een ziekte of een privéongeval waardoor je arbeidsongeschikt wordt. Het kan iedereen overkomen. Vaak wordt er niet stilgestaan bij de financiële gevolgen, tot het zover is. Als werknemer weet je wellicht dat de eerste maand door de werkgever het ‘gewaarborgd loon’ wordt betaald. En misschien ook dat je daarna terugvalt op de mutualiteit. Maar hoeveel ontvang je dan nog in plaats van je gewone maandloon?

Je vervangingsinkomen wordt berekend op een begrensd loon

De mutualiteit voorziet 60 % van je brutoloon als vervangingsinkomen tijdens het eerste jaar van een arbeidsongeschiktheid, daarna een iets hoger of iets lager percentage naargelang de gezinssituatie. Maar die 60 % wordt berekend op een begrensd inkomen dat overeenkomt met afgerond 3.633 EUR bruto per maand. Verdien je boven die grens? Dan mag je jezelf misschien gelukkig prijzen, maar niet bij een arbeidsongeschiktheid. Doordat slechts op een beperkt loon wordt gerekend, heb je naarmate je meer verdient boven die grens, een steeds lager vervangingspercentage dan 60 % van het loon.

1 op 3 verliest meer dan 40 % van zijn inkomen

Over hoeveel gevallen gaat het en ben jij daarbij? Uit het recentste Salariskompas van Vacature en de KU Leuven leren we dat 1 op 3 voltijdse werknemers meer verdient dan die 3.633 EUR. En naarmate dat loon oploopt, loopt ook de inkomensterugval bij arbeidsongeschiktheid op.

Elke werknemer verliest vanaf een tweede maand arbeidsongeschiktheid 40 % van zijn brutoloon, maar voor wie meer verdient, stijgt dat verliespercentage alleen maar.

  • Voor de groep van 20 % werknemers die meer verdienen dan 4.200 EUR, bedraagt het loonverlies minstens 48 %.
  • Voor de groep van 5 % werknemers die meer dan 6.000 EUR verdient, bedraagt het loonverlies minstens 64 %.

Het verlies bedraagt eigenlijk nog meer, als je ermee rekening houdt dat bij een arbeidsongeschiktheid ook extralegale voordelen kunnen wegvallen, zoals maaltijdcheques, bonussen, een 13e maand of deelname in de winst.

Verzeker je van een maximale tegemoetkoming

Die bedragen kunnen natuurlijk deels verzekerd worden via een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Soms zal dat al gebeurd zijn door de werkgever, wanneer die een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten voor zijn werknemers. Kijk goed na wat die polis dekt en welk percentage van je loon verzekerd wordt. Het verzekerbare bedrag van je loon bedraagt doorgaans 20 % tot de grens van 3.633 EUR. En 80 % van het gedeelte daarboven. Als een collectieve polis dergelijke formule voorziet, ben je al voor het maximum verzekerd. Voorziet de polis van je werkgever minder, of is er helemaal geen dekking, dan kun je zelf je loonverlies verzekeren.

Voorbeeld: je verdient 3.800 EUR, dan krijg je van de eerste 3.633 EUR 60 % van de mutualiteit (= 2.180 EUR) en 20 % van je arbeidsongeschiktheidsverzekering (= 727 EUR). Van de 167 EUR die je boven de grens verdient, krijg je 80 % (= 133 EUR). Zonder extra verzekering ontvang je dus maandelijks 2.180 EUR, met verzekering 3.040 EUR.

 

bron https://www.baloise.be

Lees het volledige bericht